Themadag

Er is een prestatieplicht in zowel WMO als ZVW. In de toekomst zullen deze partijen beter moeten overleggen op welke wijze ze aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Themadag

Een zorgverzekeraar maakt de afweging of hij stuurt op kosten van de zorg of kwaliteit van zorg en dienstverlening. In dat laatste geval zal de verzekering duurder zijn. De cliënt is vrij in de keuze van zorgverzekering

Themadag

De schotten in de financiering van hulpmiddelen maakt dat er te veel gekeken wordt naar de kosten in plaats van de baten.

Themadag

Het is terecht dat er kritisch gekeken wordt naar de kosten van de zorg, maar minder bekend is dat elke euro die geïnvesteerd wordt in de zorg 1½ euro oplevert als maatschappelijke winst.

Themadag ‘Hulpmiddelen en Ondersteunende Technologie’ 


Heerlen, 16 juni 2014

Op 16 juni 2014 is de programmalijn Hulpmiddelen en Ondersteunende technologie van EIZT (Expertisecentrum voor Innovatieve Zorg en Technologie) gelanceerd met een themadag. Titel van de themadag was: Hulpmiddelen en Ondersteunende Technologie: dé oplossing voor de dreigende tekorten in de zorg? 

Thema’s die op de agenda stonden waren: Hoe zorgen we ervoor dat de mogelijkheden optimaal benut worden? Wat is de stand van zaken op het gebied van Hulpmiddelen en Ondersteunende Technologie? Welke ontwikkelingen zijn er op gebied van innovatie  en wet- en regelgeving. Hoe zal de toekomst er uit zien? 

De dag begon met een aantal korte presentaties van sprekers van het ministerie van VWS, brancheorganisatie Firevaned, Stichting Kompas en AAATE. Deze presentaties zijn beschikbaar op de website van EIZT bij de programmalijn Hulpmiddelen en Ondersteunende Technologie (www.eizt.nl). Na deze presentaties was er een levendig debat waarin zowel de sprekers als de aanwezigen discussieerden over de nieuwe ontwikkelingen. Luc de Witte, hoogleraar Technologie in de Zorg aan de Universiteit Maastricht en directeur van EIZT leidde dit debat. Het ochtendprogramma eindigde met een lunch waarbij de mogelijkheid om te netwerken goed benut werd. 

 

Vol inspiratie uit het ochtenddeel gingen we tijdens het middagprogramma in kleine werkgroepen aan de slag en werd er in groepjes gebrainstormd over oplossingen voor de vraagstukken die voortkwamen uit het ochtendprogramma. 

 

Voor de deelnemers aan de themadag hebben we de belangrijkste punten uit het debat in het ochtendprogramma en de brainstormsessies in de middag samengevat.

 

Brainstormsessies

Thema:  Innovatie & ontwikkeling

Onderwerpen die aan bod zijn gekomen: 

•Hulpmiddelen optimaal benutten door herinzetbaarheid te vergroten. 

•Wat betreft het op de markt brengen van nieuwe technologie werd benoemd dat het voor kleinere bedrijven moeilijk is om iets op de markt te brengen. 

•Belangrijk om te kijken naar eenvoudige oplossingen die nu bijvoorbeeld in de winkel te koop zijn, maar niet de naam hulpmiddel hebben. 

•Er is gesproken over de noodzaak van gedragsverandering die moet starten bij de opleiding. Heersend idee dat mensen recht hebben op hulpmiddelen. Maar er zal ook gekeken moeten worden naar de bereidheid van mensen om te betalen voor een hulpmiddel. 

Thema: Wet- en regelgeving

De brainstormsessie leverde onderstaande belemmeringen op: 

•De schotten tussen zorgverzekering en WMO maakt dat voorzieningen niet op elkaar afgestemd worden. Hoe krijg je de partijen bij elkaar om zo over de schotten te adviseren? 

•Het schot tussen AWBZ (zorg) enerzijds en WMO/ZVW anderzijds maakt dat er geen prikkel is om hulpmiddelen te verstrekken om te besparen op de inzet van zorg. Er wordt nauwelijks rekening gehouden met emoties/ subjectieve belevingen van de cliënt. Zo is de kleur van een hulpmiddel vaak erg belangrijk. 

•Cliënten zijn niet op de hoogte van de functiegerichte aanspraak en het recht op een passende oplossing voor het ervaren probleem, gelet om de mogelijkheden, beperkingen en activiteitenpatroon van de cliënt. Zijn ze al wel op de hoogte dan ontbreekt  het cliënten aan   informatie over de mogelijkheden die hulpmiddelen bieden.

•Na verstrekking is er geen aandacht voor het gebruik van het hulpmiddel. Wordt het hulpmiddel wel gebruikt en zijn de problemen die een cliënt voor de verstrekking ervoer opgelost?

 

Thema: De gebruiker

Er werden ervaringen uitgewisseld ten aanzien van vragen waarmee cliënten komen. Deze zijn over het algemeen naar oplossingen gericht en niet zozeer naar problemen. Vastgesteld werd dat op deze vragen vaak gereageerd werd vanuit disciplineachtergrond c.q. organisatieachtergrond. Dit kon door enkele praktijkvoorbeelden goed worden verhelderd.  

 

Thema: Informatievoorziening

In het groepje problemen rondom informatievoorziening over hulpmiddelen is fanatiek gebrainstormd en gediscussieerd. Belangrijk problemen zijn aan de kaak gesteld: “Waar kan ik alle kennis vinden over hulpmiddelen en aanverwante informatie zoals gebruikerservaring, literatuur, lokale projecten (bij andere zorginstellingen) en uitkomsten van onderzoeken en pilots?” “Hoe weet ik welke hulpmiddelen geschikt zijn, voor wie en zijn er ook gewone producten die mijn probleem kunnen oplossen?” Daarnaast bleek de rol van professionals niet geheel duidelijk te zijn; “Wanneer kan ik naar een ergotherapeut voor advies? En hoe kan ik het beste signaleren dat een hulpmiddel een mogelijke oplossing vormt en naar wie moet ik doorverwijzen? Hoe kunnen we een informatiepunt up to date houden ondanks de snelle technologische ontwikkelingen, kunnen we informatie verschaffen over (lokale) verkrijgbaarheid en eventuele vergoedingsmogelijkheden?”

 

Thema: verstrekking van hulpmiddelen

De groepsbijeenkomst is gestart met een discussie over het verstrekkingproces en de vraag hoe ‘goed’ de verstrekking geregeld is. De aanwezigen waren het erover eens dat dit heel erg verschilt, afhankelijk van de vraag of het om confectiehulpmiddelen gaat of om op maat vervaardigde hulpmiddelen en in welke setting de verstrekking plaatsvindt.

Verder werd aangegeven dat instructie, training en begeleiding ontbreken. Zeker bij complexe hulpmiddelen zou dit net als nazorg uitermate belangrijk zijn. Een ander aandachtspunt dat genoemd werd, is dat bij aanpassing van bestaande hulpmiddelen of bij het vervaardigen van op maat gemaakte hulpmiddelen vaak meerdere stappen nodig zijn om tot een optimale match te komen en hier hoge kosten aan verbonden zijn. 

De tweede stelling waarover de groep gediscussieerd heeft, was de vraag of protocollen helpen bij de verstrekking van een hulpmiddel of dat het volgen van een protocol juist belemmerend werkt. Reacties van de deelnemers waren dat een goed protocol bijdraagt aan de transparantie en helpt kennis te bundelen en te delen, dat het ontwikkeld zou moeten worden op basis van de Basisrichtlijn functiegerichte aanspraak hulpmiddelen (CG-Raad, 2010) en vanuit het veld in nauwe samenwerking met patiëntenorganisaties.

 

Thema: onderzoek

In deze groep is gesproken over de uitkomsten van de verstrekking. Als er een individuele verstrekking plaatsvindt, wordt in het adviesgesprek met een cliënt bepaald welke doelen bereikt moeten worden met het hulpmiddel. Het is belangrijk en interessant om na verstrekking (bijvoorbeeld na 6 maanden of 1 jaar) te onderzoeken of deze doelen ook bereikt zijn. De groepsleden zijn van mening dat advies vooraf bijdraagt aan de effectiviteit van de hulpmiddelenkeuze. Met de uitkomsten van een effectmeting achteraf kunnen adviesvaardigheden verbeteren. 

Presentaties:

Jan van Ginneken, Ministerie van VWS:

Ministerie_VWS_presentatie_Themadag_hulpmiddelen_en_ondersteunende_technologie_EIZT.pdf

 

Bob van Pareren, Firevaned:

Firevaned_presentatie_Themadag_Hulpmiddelen_in_Ondersteunende_Technologie_EIZT.pdf

 

Gert Jan Gelderblom, Association for the Advancement of Assistive Technology in Europe:

Gelderblom_AAATE_De_toekomst_van_hulpmiddelen_vanuit_Europees_perspectief.pdf

Quotes:

  • Er zijn 450.000 hulpmiddelen en maar 30.000 geneesmiddelen. Toch gaat maar 10% van de onderzoeken over hulpmiddelen.  
     
  • Een CE markering is geen keurmerk. Het zegt niets over de kwaliteit en bruikbaarheid van het hulpmiddel.
      
  • De zorgverzekeringen doen onderzoek naar hulpmiddelenverstrekking, maar deze gegevens zijn niet openbaar.
     
  • Nazorg en navraag na verstrekking van een hulpmiddel levert belangrijke informatie op. 
     
  • Evalueren is geen taak voor VWS. Als we dat willen, dan zullen we het stelsel moeten veranderen en weer terugkeren naar de ziekenfondsen.
     
  • Evalueren moet een gemeente, zorgverzekering of leverancier niet zelf doen, maar overlaten aan een onafhankelijke partij, bijvoorbeeld een patiëntenplatform.
     
  • In de WMO is bepaald dat er een evaluatie moet plaatsvinden.
     
  • Cliënten moeten beter geïnformeerd worden over de beschikbaarheid van hulpmiddelen. In het adviesproces moet ruimte zijn om hulpmiddelen uit te proberen. Dat voorkomt niet gebruik en verkeerde verwachtingen.
     
  • De leveranciers hebben de plicht om cliënten goed voor te lichten. De overheid moet dit loslaten.